Uitspraak
- dat zijn reacties geen aanleiding geven om af te zien van het benoemen van een deskundige;
- dat het bezwaar dat verzoeker de verwijzing naar de in de vraagstelling genoemde stukken niet kon volgen begrijpelijk is.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een geschil met het UWV. Tijdens de procedure benoemde de Raad een KNO-arts als deskundige, waartegen verzoeker bezwaar maakte en een wrakingsverzoek indiende. Verzoeker betoogde dat nader medisch onderzoek overbodig was omdat het hoger beroep gegrond zou moeten worden verklaard zonder extra onderzoek.
De Raad heeft verzoeker meerdere malen geïnformeerd over de benoeming van de deskundige, de vraagstelling en de gevolgen van het niet meewerken aan het onderzoek. Het wrakingsverzoek werd echter pas ingediend nadat verzoeker al op de hoogte was gesteld van de benoeming en vraagstelling, waardoor het verzoek niet tijdig was ingediend volgens artikel 8:16 van Pro de Awb.
De Raad concludeerde dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is omdat het niet binnen de vereiste termijn is ingediend. Daarnaast werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 juni 2023.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.