ECLI:NL:CRVB:2023:1233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatwerkvoorziening begeleiding zes uur per week en ingangsdatum
Appellante ontving vanwege beperkingen een maatwerkvoorziening voor begeleiding via een persoonsgebonden budget (pgb). Na eerdere besluiten en onderzoeken stelde het college de maatwerkvoorziening vast op zes uur per week met ingang van 2 april 2020. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de ingangsdatum en omvang van de maatwerkvoorziening terecht waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij recht had op twaalf uur per week begeleiding, zoals zij eerder ontving, en dat de ingangsdatum van de maatwerkvoorziening eerder had moeten zijn, namelijk 1 april 2019. Het college handhaafde de eerdere besluiten en onderbouwde de noodzaak van zes uur per week begeleiding met een medisch onderzoek.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het college redelijk heeft gehandeld bij het vaststellen van de ingangsdatum op 2 april 2020, mede omdat appellante destijds weigerde mee te werken aan medisch onderzoek. Tevens vond de Raad dat het college voldoende heeft aangetoond dat zes uur per week begeleiding passend is. Het beroep van appellante werd verworpen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De maatwerkvoorziening begeleiding van zes uur per week vanaf 2 april 2020 wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt verworpen.