Uitspraak
21 3590 WAJONG, 21/3592 WAJONG
7 september 2021, 18/6850 en 20/2160 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van de Wajong 2010 en later de Wajong 2015, maar zijn aanvragen werden afgewezen omdat hij op de relevante data niet voldeed aan de voorwaarden. Het UWV handhaafde de besluiten en appellant stelde beroep in bij de rechtbank, die de beroepen ongegrond verklaarde.
In hoger beroep stelde appellant dat er nieuwe feiten en veranderde omstandigheden waren, waaronder diagnoses van schizofrenie en autisme, die tot een andere beoordeling hadden moeten leiden. De Raad oordeelde echter dat deze nieuwe medische gegevens niet leidden tot een andere inschatting van zijn belastbaarheid op de peildatum in 2010. Ook was appellant op 1 januari 2016 al 30 jaar, waardoor hij geen aanspraak kon maken op de studerenderegeling van de Wajong 2015.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep was overschreden, waardoor het UWV en de Staat werden veroordeeld tot een schadevergoeding van respectievelijk €93,75 en €1.406,25. De proceskosten werden eveneens verdeeld tussen het UWV en de Staat. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV en de Staat worden veroordeeld tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.