ECLI:NL:CRVB:2023:1338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen op achttiende verjaardag
Appellante diende een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd afgewezen omdat zij op haar achttiende verjaardag arbeidsvermogen bezat. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het UWV voldoende en zorgvuldig medisch onderzoek had verricht, ondanks dat appellante niet fysiek door een verzekeringsarts was gezien.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij duurzaam geen arbeidsvermogen had, onder meer door migraine, verstandelijke beperkingen en een intensieve begeleidingsbehoefte. Zij stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat sprake was van geen benutbare mogelijkheden (GBM). De Raad oordeelde dat het onderzoek adequaat was uitgevoerd op basis van beschikbare medische gegevens en dat de beperkingen van appellante niet zodanig waren dat zij geen eenvoudige taak kon uitvoeren, eventueel met begeleiding.
De Raad bevestigde dat appellante op de relevante datum over basale werknemersvaardigheden beschikte en dat de vraag naar de duurzaamheid van de beperkingen niet aan de orde was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.