Uitspraak
Samenvatting
Inleiding
Uitspraak van de rechtbank
Het standpunt van appellant
Het oordeel van de Raad
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 16 april 2020 voor zover dat betrekking heeft op de intrekking van de bijstand over de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2018 en op de terugvordering;
- herroept het besluit van 12 september 2019 voor zover dat ziet op de intrekking van bijstand over de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2018;
- herroept het besluit van 26 september 2019;
- bepaalt dat de terugvordering over de periode van 1 juni 2014 tot en met 31 december 2014 wordt vastgesteld op een (bruto) bedrag van € 6.656,75 en de terugvordering over de periode van 1 januari 2019 tot en met 12 september 2019 op een (netto) bedrag van € 3.328,45 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit van 16 april 2020;
- verklaart het beroep tegen het nadere besluit van 7 december 2022 ongegrond;
- veroordeelt het college in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een bedrag van € 3.348,-;
- bepaalt dat het college aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 182,- vergoedt;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.