Uitspraak
21 616 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het college in de door appellant gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 3.348,-;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand van het college en kreeg deze ingetrokken per 1 november 2018. Het college vorderde vervolgens de teveel betaalde bijstand terug, waarna appellant beroep instelde. Tijdens de beroepsprocedure verrekende het college openstaande vorderingen met een proceskostenveroordeling die de Raad eerder aan appellant had toegekend.
Appellant stelde dat het college bij de verrekening geen belangenafweging had gemaakt en dat de vaste gedragslijn onredelijk bezwarend was, omdat dit zijn vrije keuze van rechtshulpverlener aantastte. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot verrekening en dat het ontbreken van een gemotiveerde belangenafweging in het verrekeningsbesluit met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd, omdat appellant hierdoor niet werd benadeeld.
De vaste gedragslijn van het college, die verrekening standaard toepast tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, werd getoetst aan het evenredigheidsbeginsel en niet onredelijk bevonden. De Raad wees het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de totale procedure binnen vier jaar was afgerond.
Tot slot werd het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant, begroot op €3.348,- voor beide instanties.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak, veroordeelt het college in de proceskosten en wijst het verzoek om schadevergoeding af.