ECLI:NL:CRVB:2009:BI3430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toename arbeidsongeschiktheid en toepassing artikel 37 WAO bij buitenlandse medische beoordeling
Betrokkene ontving sinds 1991 een WAO-uitkering wegens schouderklachten, die in 1997 werd herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Na een borstamputatie in 1999 en bijkomende klachten werd in 2002 een medisch onderzoek in Turkije uitgevoerd door niet-geregistreerde artsen. Het Uwv besloot de uitkering niet te herzien op grond van artikel 37 WAO Pro, omdat de toename van arbeidsongeschiktheid voortkwam uit een andere oorzaak.
De rechtbank oordeelde dat het medische onderzoek onvoldoende was gemotiveerd en beval een nieuw besluit. Het Uwv handhaafde het besluit, waarna betrokkene beroep instelde. De Raad overwoog dat de toename van arbeidsongeschiktheid door de borstamputatie en lymfeoedeem een andere oorzaak is dan de oorspronkelijke en dat het onderscheid door het Uwv juist was.
Verder stelde de Raad vast dat het onderzoek door een niet-geregistreerde arts in Turkije, bevestigd door een geregistreerde bezwaarverzekeringsarts, voldeed aan de vereiste normen. De bezwaararbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd en de normaalwaarden waren correct toegepast. Ten aanzien van de redelijke termijn werd een schadevergoeding van €1.500,- toegekend wegens overschrijding in de bestuurlijke fase, maar niet in de rechterlijke fase.
De Raad vernietigde het eerdere vonnis voor zover het het beroep gegrond verklaarde, verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde het Uwv in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van het Uwv wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.