ECLI:NL:CRVB:2023:2255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op toelage luchtverkeersleiders voor militair ambtenaar buiten doelgroep
Appellant, militair ambtenaar bij de Koninklijke Luchtmacht, vordert een toelage op grond van de Regeling Tijdelijke Toelage Luchtverkeersleiders. Hoewel hij aanvankelijk per brief is geïnformeerd dat hij hiervoor in aanmerking komt, is later vastgesteld dat dit onterecht was omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden van de Regeling.
De commandant der Luchtstrijdkrachten heeft dit bevestigd in besluiten van 6 april 2021 en 24 september 2021, waarbij het bezwaar van appellant ongegrond werd verklaard. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond verklaard.
Appellant voert in hoger beroep aan dat hij recht heeft op de toelage vanwege de toekenning van een bindingspremie, het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. De Raad oordeelt dat appellant geen luchtverkeersleider is en dat de Regeling dit expliciet vereist. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de collega’s die wel een toelage ontvangen onderofficieren zijn, terwijl appellant officier is, waardoor sprake is van een andere situatie.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt deels erkend omdat de brief van 2 december 2020 een gerechtvaardigde verwachting schept. Echter, het algemeen belang om de Regeling correct toe te passen weegt zwaarder, mede omdat appellant geen schade heeft geleden door de gewekte verwachting en de toelage nog niet is uitbetaald.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Appellant krijgt geen toelage en ook geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Appellant krijgt geen toelage op grond van de Regeling Tijdelijke Toelage Luchtverkeersleiders en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.