ECLI:NL:CRVB:2023:2258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm op AIO-aanvulling bevestigd ondanks schrijnende situatie
Appellant ontvangt een AIO-aanvulling naast zijn AOW-pensioen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft per 1 oktober 2019 de kostendelersnorm toegepast omdat de zoon van appellant bij hem inwoont. Dit leidde tot een verlaging van de AIO-aanvulling tot € 60,53 per maand. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn zoon geen financiële bijdrage levert en dat toepassing van de norm tot een schrijnende situatie leidt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad stelt dat de Svb terecht heeft vastgesteld dat de zoon vanaf 4 september 2019 zijn hoofdverblijf bij appellant had en dat de kostendelersnorm dwingendrechtelijk is. De argumenten van appellant over schrijnende omstandigheden en het vertrouwensbeginsel slagen niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn zoon geen bijdrage kan leveren en geen toezegging is gedaan.
De Raad benadrukt dat de wetgever met de kostendelersnorm beoogt rekening te houden met het delen van kosten, ongeacht de feitelijke bijdrage. Ook het feit dat de zoon pas later officieel is ingeschreven, doet niet af aan het feit dat hij eerder zijn hoofdverblijf bij appellant had. De verlaging van de AIO-aanvulling blijft daarom in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de AIO-aanvulling vanwege toepassing van de kostendelersnorm.