ECLI:NL:CRVB:2023:26
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekening
Appellant ontving bijstand sinds 2008 en woonde in een woning met zijn zoon, waardoor bijstand naar de kostendelersnorm werd toegekend. Na een melding over het opknappen van auto's startte de sociale recherche een onderzoek, waarbij bleek dat appellant een bankrekening bij ABN AMRO had verzwegen waarop tussen april 2015 en maart 2019 meer dan zestig contante stortingen plaatsvonden ter waarde van ruim €37.000.
Het college trok de bijstand met ingang van 30 april 2015 in en vorderde de verleende bijstand terug over de periode tot 31 oktober 2018. Appellant voerde aan dat de stortingen afkomstig waren van eigen opnames van zijn SNS-rekening, bijdragen van zijn zoon en leningen van familieleden en een vriend. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de stortingen uit eigen middelen kwamen en dat de leningen niet waren onderbouwd met controleerbare gegevens.
De Raad stelde vast dat de schending van de inlichtingenplicht een rechtsgrond vormde voor intrekking, omdat daardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Ook het beroep op dringende redenen om niet terug te vorderen werd verworpen, omdat de medische situatie van appellant niet direct verband hield met de terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Gelderland en wees het hoger beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het verzwegen van een bankrekening en wijst het hoger beroep af.