ECLI:NL:CRVB:2023:263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde bankstortingen
Appellante ontving bijstand en werd in het kader van een heronderzoek gevraagd bankafschriften over te leggen. Op deze afschriften werden kasstortingen en bijschrijvingen zichtbaar die niet bij het college bekend waren. Hierdoor ontstond twijfel over de volledigheid van de verstrekte financiële gegevens en de rechtmatigheid van de verleende bijstand.
Het college herzag de bijstand en vorderde kosten terug, verhoogde de vordering door brutering en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank had het beroep van appellante deels gegrond verklaard, maar de Raad bevestigt de uitspraak grotendeels.
Appellante voerde meerdere gronden aan, waaronder dat de bijschrijvingen afkomstig waren van haar kinderen en dat zij beperkt was in haar beschikkingsmacht over die gelden. Deze gronden werden niet aannemelijk gemaakt. Ook het bezwaar dat de opgevraagde bankafschriften te lang teruggingen werd verworpen, omdat het college op grond van de Participatiewet bevoegd is gericht onderzoek te doen bij twijfel over verstrekte gegevens.
Verder werd het beroep op een lagere boete wegens verminderde verwijtbaarheid afgewezen, omdat appellante onvoldoende onderbouwing gaf en de omstandigheden geen dringende redenen vormden. Ook het bezwaar tegen de brutering werd ongegrond verklaard. De Raad bevestigt daarmee de herziening, terugvordering en boete, en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening, terugvordering en boete en wijst het hoger beroep af.