Uitspraak
19 1104 WMO15
PROCESVERLOOP
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, lijdend aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS), vroeg een maatwerkvoorziening aan in de vorm van een PTSS-hulphond inclusief training en gebruikskosten via een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad wees deze aanvraag af, stellende dat de hulphond een overwegend therapeutisch doel dient en geen passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie van appellant.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de inzet van een PTSS-hulphond primair therapeutisch is en daarmee buiten de reikwijdte van de Wmo 2015 valt. In hoger beroep betwist appellant dit en voert aan dat het primaire doel juist verbetering van zelfredzaamheid en participatie is, onderbouwd met recente wetenschappelijke onderzoeken.
De Raad oordeelt dat het criterium voor verstrekking van een maatwerkvoorziening niet het al dan niet therapeutisch karakter is, maar de mate waarin de voorziening een passende bijdrage levert aan zelfredzaamheid en participatie. Het college heeft voldoende gemotiveerd dat de hulphond in het geval van appellant geen passende bijdrage levert, mede omdat eerdere plaatsingen van hulphonden bij appellant zijn mislukt. De Raad acht de aangevallen uitspraak terecht en bevestigt deze, waarmee het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een PTSS-hulphond als maatwerkvoorziening.