Uitspraak
Besluitvorming door het Uwv
.Alhoewel appellant in de vragenlijst heeft aangegeven dat hij snel moe is, zijn er volgens de verzekeringsarts geen stoornissen die gepaard gaan met een stoornis in energiehuishouding en is er geen indicatie voor een arbeidsduurbeperking. De verzekeringsarts heeft de beperkingen in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgenomen. Een arbeidsdeskundige heeft in een rapport van 18 februari 2019 vermeld dat appellant in zijn maatgevende arbeid gemiddeld 31,8 uur per week werkte (21 dagen op, 21 dagen af). De arbeidsdeskundige heeft aan de hand van wat appellant kan verdienen met geselecteerde voorbeeldfuncties in vergelijking met zijn maatmanloon berekend dat hij 27,35% arbeidsongeschikt is.
De uitspraak van de rechtbank
Standpunten van partijen in hoger beroep
Het oordeel van de Raad
WIA-uitkering. Ook artikel 21 van Pro de Vo 883/2004 is onderdeel van het Hoofdstuk dat als opschrift heeft “Prestaties bij ziekte, en moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen”. Bepalingen over arbeidsongeschiktheid als bedoeld in de Wet WIA vallen onder Hoofdstuk IV van Titel III van Vo 987/2009. Dit Hoofdstuk heeft als opschrift: “Uitkeringen bij invaliditeit, ouderdoms- en nabestaandenpensioenen” en bevat de artikelen 43 tot en met 53. Dat in artikel 27, achtste lid, van Vo 987/2009 het woord ‘arbeidsongeschiktheid’ wordt gebruikt, betekent niet dat dit artikel van toepassing is in de situatie van een WIA-beoordeling, zoals ter zitting is gesteld. Zowel in de situatie van uitval door ziekte als in de situatie van de beoordeling na een wachttijd is er immers sprake van ‘arbeidsongeschiktheid’.
10 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:84, had de betrokkene de medische grondslag van de besluitvorming betwist.