ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beëindiging nabestaandenuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid volgens ANW
Appellante, houdster van de Oostenrijkse nationaliteit, had een nabestaandenuitkering aangevraagd na het overlijden van haar ex-echtgenoot. De Sociale verzekeringsbank (Svb) beëindigde deze uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 45%, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapportages waarin werd geconcludeerd dat zij in staat was om meer dan 55% te verdienen van het loon van gezonde personen.
De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onzorgvuldigheden, waaronder het ontbreken van een persoonlijk onderzoek door de verzekeringsarts en het onjuiste maatmanloon. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het persoonlijk onderzoek niet altijd noodzakelijk is als voldoende medische gegevens beschikbaar zijn. Tevens oordeelt de Raad dat de verdiencapaciteit terecht is gerelateerd aan de Nederlandse arbeidsmarkt, ook al woont appellante in Oostenrijk.
De Raad constateert dat de gewijzigde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) met psychische beperkingen niet is overgelegd, waardoor de beoordeling onvoldoende controleerbaar is. Het hoger beroep van appellante slaagt daarom niet. Verder constateert de Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase en besluit het onderzoek naar een schadevergoeding te heropenen, waarbij de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de vernietiging van het besluit tot beëindiging van de nabestaandenuitkering en heropent het onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.