ECLI:NL:CRVB:2023:73
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toekenning Draaginsigne Gewonden wegens onvoldoende aannemelijkheid gebeurtenissen
Appellant, een voormalig dienstplichtig militair die tijdens zijn uitzending in Libanon PTSS opliep, verzocht om toekenning van het Draaginsigne Gewonden (DIG). De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat niet was voldaan aan de criteria van artikel 3 van Pro het Besluit DIG, met name het vereiste dat de gebeurtenissen en de betrokkenheid van appellant aannemelijk moesten zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Appellant voerde aan dat de toekenning van een militair invaliditeitspensioen (mip) al impliceerde dat de gebeurtenissen hadden plaatsgevonden, en dat medische stukken en verklaringen dit ondersteunden. De Raad oordeelde echter dat het toetsingskader voor het DIG strenger is en dat de medische rapporten en verklaringen onvoldoende bewijs boden voor de aannemelijkheid van de gebeurtenissen zoals door appellant omschreven.
De Raad concludeerde dat de staatssecretaris terecht het verzoek had afgewezen, ondanks de erkenning van de waardering voor het werk van appellant tijdens zijn uitzending. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om toekenning van het Draaginsigne Gewonden wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de gebeurtenissen.