ECLI:NL:CRVB:2023:732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging FLO-uitkeringsbesluit wegens bijzondere omstandigheden vaststellingsovereenkomst
Betrokkene, een helikoptervlieger bij de politie, sloot in 2017 een vaststellingsovereenkomst met de korpschef over functioneel leeftijdsontslag (FLO) op basis van maatwerkafspraak 1, die een FLO-uitkering van tien jaar voorzag met ontslag op 55-jarige leeftijd.
De regelgeving was gewijzigd waardoor de AOW-leeftijd hoger lag, waardoor een AOW-gat ontstond. Betrokkene maakte bezwaar tegen de einddatum van de FLO-uitkering, omdat deze eindigde vóór zijn AOW-leeftijd. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en bepaalde dat de FLO-uitkering doorbetaald moest worden tot de AOW-leeftijd.
De korpschef ging in hoger beroep, stellende dat betrokkene bewust had gekozen voor maatwerkafspraak 1 en dat de vaststellingsovereenkomst duidelijk was. De Raad oordeelde echter dat bijzondere omstandigheden bestonden, omdat betrokkene de keuze maakte uit zorg voor het causaliteitsvereiste in maatwerkafspraak 2, dat later werd versoepeld. Hierdoor kon niet in redelijkheid volledige nakoming van de overeenkomst worden verlangd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, veroordeelde de korpschef tot vergoeding van proceskosten en legde griffierecht op. De FLO-uitkering moet worden doorbetaald tot de AOW-leeftijd van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de FLO-uitkering doorbetaald moet worden tot de AOW-leeftijd vanwege bijzondere omstandigheden die volledige nakoming van de vaststellingsovereenkomst in de weg staan.