ECLI:NL:CRVB:2023:842
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking na openbaarmaking uitspraak niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag en verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de Raad. Op 24 april 2023 deed de enkelvoudige kamer mondeling uitspraak in de zaak. Twee dagen later, op 26 april 2023, diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter.
De wrakingskamer overwoog dat op grond van artikel 3, vierde lid, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 een wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen indien het na de openbaarmaking van de einduitspraak is ingediend. Omdat de uitspraak op 24 april 2023 openbaar was gemaakt en het verzoek op 26 april 2023 werd ingediend, was het verzoek niet ontvankelijk.
De wrakingskamer wees het verzoek daarom af zonder een zitting te houden en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing werd op 3 mei 2023 uitgesproken door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzoek om wraking wordt niet in behandeling genomen omdat het na de openbaarmaking van de uitspraak is ingediend.