Uitspraak
Totstandkoming van het bestreden besluit
.
Beoordeling door de Raad
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart zich onbevoegd;
- bepaalt dat het door appellant betaalde griffierecht van € 181,- aan hem wordt terugbetaald.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig politieambtenaar met een vastgestelde beroepsziekte (PTSS), ontving aanvankelijk een smartengeldvergoeding van €16.155,50 netto. Na vernietiging van eerdere besluiten door de Raad werd een nieuw besluit genomen waarbij het smartengeld werd vastgesteld op het maximale bedrag van €161.555,- netto, waarvan het restant reeds is betaald.
Appellant verzocht vervolgens om betaling van wettelijke rente en vergoeding van buitengerechtelijke kosten voor rechtsbijstand. De korpschef kende de wettelijke rente toe maar wees de kostenvergoeding af. Appellant stelde beroep in bij de Raad voor de Rechtspraak tegen dit laatste besluit.
De Raad oordeelde dat het verzoek om vergoeding van kosten niet gericht is tegen het bestreden besluit van 7 april 2021, maar tegen het eerdere besluit van 29 augustus 2017. Omdat het verzoek om schadevergoeding verband houdt met een onrechtmatig besluit waarvoor de rechtbank bevoegd is, verklaarde de Raad zich onbevoegd en verwees het verzoek naar de rechtbank.
De Raad wees tevens het verzoek om proceskostenvergoeding af en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt terugbetaald.
Uitkomst: De Raad verklaart zich onbevoegd en verwijst het verzoek om schadevergoeding door naar de rechtbank.