ECLI:NL:CRVB:2023:901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging seizoenssluiting en roosterinrichting kassamedewerker gemeente Purmerend
Appellante, werkzaam als kassamedewerker bij de gemeente Purmerend, maakte bezwaar tegen het besluit van het college om geen uitzondering te maken op de seizoenssluiting van zes à zeven weken en om haar niet op vaste dagen (maandag en dinsdag) vrij te roosteren.
De Raad oordeelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de verklaringen van de voormalig bedrijfsleider niet aantonen dat een maximale seizoenssluiting van vijf weken is toegezegd. Ook het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat appellante geen vergelijkbare gevallen heeft aangevoerd.
Verder is de beweerde afspraak over vaste roostervrije dagen niet aannemelijk gemaakt. Het college heeft een zorgvuldige belangenafweging gemaakt waarbij het dienstbelang zwaarder weegt dan het individuele belang van appellante om niet op maandag en dinsdag te werken.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, wijst het hoger beroep af en veroordeelt appellante niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.