ECLI:NL:CRVB:2023:962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellant, voormalig callcentermedewerker, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering per 25 oktober 2019.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing, stellende dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende rekening hield met zijn klachten, waaronder een burn-out. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functies passend.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond dat de beperkingen adequaat waren verwerkt in de FML en dat er geen nieuwe medische informatie was die een andere beoordeling rechtvaardigde. Ook werd een preventieve urenbeperking niet toegewezen omdat niet aan de criteria werd voldaan.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering had beëindigd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 25 oktober 2019.