ECLI:NL:CRVB:2023:968

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 mei 2023
Publicatiedatum
22 mei 2023
Zaaknummer
21/3975 WW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang in zaak Werkloosheidswet

Appellante heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel hoger beroep ingesteld. Tijdens de zitting op 17 mei 2023 verklaarde zij dat zij geen materieel belang heeft bij de zaak, maar slechts een principieel belang wil behartigen. Zij streeft na dat in de Werkloosheidswet een regeling voor bijzonder verlof wordt opgenomen zoals die ook geldt voor werkenden.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het vaste rechtspraak is dat alleen sprake is van voldoende procesbelang indien het resultaat dat met het beroep wordt nagestreefd ook daadwerkelijk kan worden bereikt en voor de indiener feitelijke betekenis heeft. Een louter formeel of principieel belang is onvoldoende.

Appellante heeft erkend dat het resultaat voor haar geen feitelijke betekenis kan hebben. Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang. Er wordt geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

21.3975 WW-PV

Datum uitspraak: 17 mei 2023
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 12 oktober 2021, 21/937 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Zitting hebben: S. Wijna als voorzitter en M.L. Noort en G.A.J. van den Hurk als leden
Griffier: N. Zwijnenberg
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 mei 2023. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar echtgenoot [naam echtgenoot] . Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. H. ten Brinke.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellante heeft ter zitting verklaard dat zij geen materieel belang heeft en dat het haar louter te doen is om een principieel belang, namelijk dat zij wil bereiken dat in de Werkloosheidswet een regeling voor bijzonder verlof wordt opgenomen zoals die ook geldt voor werkenden.
Het is vaste rechtspraak van de Raad dat alleen dan sprake is van voldoende procesbelang, indien het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het instellen van (hoger) beroep nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 26 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2805.
Dat wat appellante met haar hoger beroep wil bereiken kan voor haar geen feitelijke betekenis hebben. Appellante heeft dit ter zitting ook erkend. Het hebben van een louter principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang
De conclusie is dat appellante geen procesbelang heeft. Het hoger beroep wordt daarom nietontvankelijk verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier. De voorzitter van de meervoudige kamer.
(getekend.) N. Zwijnenberg (getekend.) S. Wijna