ECLI:NL:CRVB:2023:971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding zonder recht op compensatie
Appellant was sinds 2011 in dienst bij de gemeente Amsterdam en kreeg vanaf 2017 een gewijzigde functie-invulling. In die periode ontstond een verstoorde arbeidsverhouding, mede door conflicten en ziekteverzuim van appellant. Het college verleende appellant ontslag per 1 juni 2018 wegens deze onherstelbare verstoring.
Appellant maakte bezwaar tegen het ontslag, maar het college handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college voldoende inspanningen had verricht om appellant een passende functie te bieden en dat het niet verkrijgen van werk niet aan het college te wijten was. Appellant stelde dat de rechtbank de feiten onjuist had beoordeeld, maar kon dit niet onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad benadrukt dat een ontslag wegens een verstoorde arbeidsverhouding geen recht geeft op een bovenwettelijke compensatie tenzij het bestuursorgaan een overwegend aandeel heeft gehad in het ontstaan en voortbestaan van de situatie. Dit was niet het geval. Het college had een coachingstraject gefaciliteerd en actief naar een andere functie gezocht. Het hoger beroep wordt verworpen en het ontslag blijft in stand zonder aanvullende vergoeding.
Uitkomst: Het ontslag wegens een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding wordt bevestigd zonder recht op compensatie of ontslagvergoeding.