Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg om herziening van het besluit van het UWV uit 2011 waarin zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering werd afgewezen. Hij stelde dat bij de oorspronkelijke beoordeling relevante aspecten van zijn psychische belastbaarheid, met name signalen van schizofrenie, niet waren meegewogen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, hoewel zij een motiveringsgebrek constateerde dat het UWV in de beroepsfase had hersteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die aanleiding gaven het eerdere besluit te herzien.
Appellant voerde aan dat de symptomen van schizofrenie al voor zijn achttiende jaar aanwezig waren en dat de beperkingen binnen vijf jaar na zijn achttiende verjaardag waren toegenomen. De Raad oordeelde echter dat deze stellingen niet worden ondersteund door de medische stukken uit die periode en dat de brieven van behandelaars onvoldoende objectiveerbare feiten bevatten.
Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen omdat er geen twijfel bestond over het medische oordeel van het UWV. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waardoor de afwijzing van de Wajong-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering blijft in stand.