Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
bevestigt de aangevallen uitspraak;
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig asbestsaneerder, meldde zich ziek met schouder- en longklachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 1 mei 2021, omdat appellant meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kon verdienen in passende functies, vastgesteld via medische en arbeidskundige onderzoeken.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de functionele mogelijkheden en belastbaarheid van appellant correct waren vastgesteld. De rechtbank vond geen aanleiding tot nader medisch onderzoek of het raadplegen van de behandelend sector.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd en dat er nieuwe medische informatie was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en het UWV, wees het verzoek om een onafhankelijk deskundige af en concludeerde dat de beëindiging van de uitkering terecht was.
Het verzoek om schadevergoeding wegens stress en gederfd levensgenot werd eveneens afgewezen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en liet de beëindiging van de ZW-uitkering in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering en wijst het hoger beroep en schadevergoedingsverzoek af.