ECLI:NL:CRVB:2024:1122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijstandsverlening met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant verbleef vanaf februari 2020 in Tunesië en kon vanwege de coronamaatregelen pas in juli 2020 terugkeren naar Nederland. Hij vroeg bijstand aan met ingang van 1 april 2020, maar het college verleende bijstand pas vanaf 28 juli 2020. Het college en de rechtbank wezen het verzoek om terugwerkende kracht af omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die dat rechtvaardigden.
Appellant stelde dat hij door het verblijf in een onherbergzaam gebied in Tunesië en de coronamaatregelen niet in staat was om zich eerder te melden of een aanvraag in te dienen. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich niet telefonisch of digitaal kon melden of een derde kon inschakelen. Ook bleek uit bankafschriften en verklaringen dat appellant in een grotere plaats verbleef waar communicatie mogelijk was.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank dat de bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstand blijft 28 juli 2020; geen terugwerkende kracht toegewezen.