ECLI:NL:CRVB:2024:1214
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde medische beoordeling bij toekenning WIA-uitkeringen
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om twee hoger beroepen tegen besluiten van het UWV over de toekenning van WIA-uitkeringen aan een werkneemster. De kern van het geschil betreft de vraag of de werkneemster vanaf 14 februari 2016 en 30 april 2019 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, en dus recht had op een IVA-uitkering in plaats van een WGA-uitkering.
De Raad stelt vast dat de medische beoordelingen waarop de besluiten zijn gebaseerd onvoldoende zijn gemotiveerd. Ten aanzien van de psychische klachten en schouderklachten is niet concreet en deugdelijk onderbouwd waarom deze beperkingen niet als duurzaam zijn aangemerkt. Ook ontbreekt een adequate motivering waarom de IVA-uitkering niet eerder dan 30 april 2019 zou ingaan, ondanks aanwijzingen voor een verslechtering van de situatie vanaf mei 2018.
De Raad draagt het UWV op de gebreken in de bestreden besluiten binnen acht weken te herstellen door een toereikende motivering te geven of een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. De verdere beslissing wordt aangehouden. Hiermee wordt het belang van zorgvuldige en inzichtelijke motivering bij arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen onderstreept.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen de medische motivering van de WIA-besluiten te herstellen en een nieuwe beslissing te nemen.