ECLI:NL:CRVB:2024:1252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens bijschrijvingen als inkomen
Appellante ontvangt sinds november 2018 bijstand en kreeg in de maanden november 2020, februari 2021 en maart 2021 bijschrijvingen van haar zus op haar bankrekening. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg herzag daarop de bijstand en rekende deze bedragen aan als inkomen, wat leidde tot terugvordering en verrekening van bijstand.
Appellante stelde dat zij de bedragen slechts voor haar zus apart hield en er niet vrij over kon beschikken, en dat het om terugbetalingen en bewaring ging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de bedragen geen inkomen waren en dat het om giften ging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet vrij over de bedragen kon beschikken. De terugbetalingsverplichting sluit niet uit dat het om inkomen gaat als de bedragen voor algemeen noodzakelijke kosten konden worden gebruikt. Ook was het standpunt dat het giften waren niet onderbouwd en tegenstrijdig met haar eigen stellingen.
Daarom blijft het besluit tot herziening, terugvordering en verrekening van de bijstand in stand. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de bijschrijvingen als inkomen zijn aangemerkt en de herziening, terugvordering en verrekening van bijstand terecht zijn.