ECLI:NL:CRVB:2024:1260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand wegens niet aannemelijk gemaakte besteding bijschrijvingen
Appellante ontvangt sinds 2011 bijstand en werd onderzocht naar aanleiding van een anonieme melding over ontvangen giften. Het college ontdekte bijschrijvingen van derden op haar bankrekening en trok de bijstand in vanwege niet vast te stellen recht op bijstand en verzwegen inkomsten.
Appellante voerde aan dat sommige bijschrijvingen bestemd waren voor uitgaven van derden en andere voor haar drugsverslaving, en dat deze bedragen niet als middelen mochten worden aangemerkt. De Raad oordeelde dat zij deze stellingen niet aannemelijk heeft gemaakt, mede omdat zij geen controleerbare gegevens overlegde.
De Raad wees erop dat bedragen die derden storten in beginsel als middelen gelden en dat het feit dat appellante een verslaving heeft, niet betekent dat deze bedragen niet als middelen mogen worden gerekend. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel werd te laat ingebracht en buiten beschouwing gelaten.
De intrekking, herziening en terugvordering van de bijstand blijven daardoor in stand. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Deze uitspraak bevestigt de vaste rechtspraak over middelenbegrip in de Participatiewet en benadrukt het belang van aannemelijkheid bij het betwisten van bijschrijvingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand blijven in stand.