ECLI:NL:CRVB:2024:1304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E. Dijt
- M.E. Fortuin
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Betrokkene, werkzaam als leerling tankmonteur, meldde zich ziek vanwege een diabetische voet en kreeg een WGA-uitkering toegekend wegens volledige maar niet-duurzame arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het UWV de medische situatie zorgvuldig had beoordeeld en dat er op de datum in geding nog herstelkansen waren. Appellante voerde aan dat de beperkingen duurzaam waren, mede op basis van een rapport van een eigen verzekeringsarts en verzocht om een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad bevestigt dat de verzekeringsartsen van het UWV een concrete en deugdelijke afweging maakten over de herstelkansen, waarbij werd verwacht dat de open wonden zouden sluiten en dat zelfs in het ongunstigste scenario (amputatie en rolstoelafhankelijkheid) nog arbeidsmogelijkheden bestonden. Het rapport van de door appellante ingeschakelde arts bevestigde deze onzekere prognose.
Hoewel achteraf de situatie verslechterde en betrokkene per 1 augustus 2023 een IVA-uitkering kreeg toegekend, maakt dit de eerdere inschatting niet onjuist. De Raad ziet geen aanleiding een deskundige te benoemen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen grond voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de IVA-uitkering wordt bevestigd.