ECLI:NL:CRVB:2016:862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IVA-uitkering wegens ontbreken duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als advies- en informatiemedewerker en viel uit wegens chronische vermoeidheidsklachten en psychische aandoeningen. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe, omdat zij niet duurzaam arbeidsongeschikt werd geacht. Na herbeoordeling en bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat er nog behandelmogelijkheden waren die niet benut waren.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en recht heeft op een IVA-uitkering, onderbouwd met een verklaring van haar psychiater. Het UWV betoogde dat deze verklaring onvoldoende was om de duurzaamheid aan te nemen.
De Raad oordeelde dat duurzame arbeidsongeschiktheid een medisch stabiele of verslechterende situatie vereist zonder reële behandelmogelijkheden die herstel kunnen bevorderen. De Raad volgde het UWV en de rechtbank, omdat op het moment van beoordeling nog sprake was van reële behandelmogelijkheden en een positieve herstelverwachting. De latere start van psychiatrische behandeling en nieuwe bevindingen konden het eerdere oordeel niet wijzigen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een IVA-uitkering wegens het ontbreken van duurzame arbeidsongeschiktheid.