Het college van burgemeester en wethouders van Zundert verstrekte op 22 maart 2019 en 7 juni 2019 maatwerkvoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aan betrokkene. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze besluiten. Op 13 januari 2020 stuurde de gemachtigde van betrokkene een e-mail waarin het college werd ingebreken gesteld wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar, met een dwangsom als sanctie.
Het college besloot op 17 maart 2020 op het bezwaar en stelde vervolgens bij besluit van 23 maart 2020 vast dat geen dwangsom was verbeurd. Dit besluit werd gehandhaafd bij besluit van 16 maart 2021. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit bestreden besluit gegrond en legde een dwangsom op.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het e-mailbericht van 13 januari 2020 een geldige ingebrekestelling is, ondanks dat het niet naar het aangewezen e-mailadres was gestuurd, omdat het door de juiste medewerker is ontvangen en beantwoord. Ook was voldoende duidelijk op welke bezwaarprocedure het bericht betrekking had. De termijn om op bezwaar te beslissen was niet opgeschort, waardoor de ingebrekestelling tijdig was.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en veroordeelt het college tot betaling van een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast wordt het college veroordeeld in de proceskosten van betrokkene van €2.187,50.