ECLI:NL:CRVB:2024:1476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening Ziektewet-uitkering na urenuitbreiding arbeidsovereenkomst
Appellante was werkzaam als leidster kinderdagverblijf met een arbeidsovereenkomst die in de loop der tijd werd uitgebreid van 12 naar 24 uur per week voor bepaalde tijd. Na ziekmelding op 6 september 2018 betaalde de werkgever het loon voor de oorspronkelijke 12 uur door, maar niet voor de uitbreiding. Het UWV weigerde op 21 januari 2019 een Ziektewet-uitkering toe te kennen voor de urenuitbreiding, omdat er geen sprake was van een beëindigd dienstverband voor die uren.
Appellante verzocht herziening van dit besluit, stellende dat het UWV het oorspronkelijke besluit onjuist had genomen. Het UWV weigerde dit, waarna de rechtbank het bezwaar ongegrond verklaarde. Appellante stelde in hoger beroep dat het UWV haar verzoek om herziening inhoudelijk had moeten beoordelen en dat het besluit evident onredelijk was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft volstaan met de toets of er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren, wat niet het geval was. De Raad bevestigt dat het oorspronkelijke besluit niet onmiskenbaar onjuist is en dat het UWV niet verplicht was een belangenafweging te maken. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het UWV is terecht niet teruggekomen op de weigering van een Ziektewet-uitkering.