ECLI:NL:CRVB:2024:1584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag wegens niet voldoen aan langdurig laag inkomen
Appellant, die een WAO-uitkering ontvangt, had in de jaren 2015 tot en met 2020 een individuele inkomenstoeslag ontvangen. Voor het jaar 2021 diende hij opnieuw een aanvraag in, die door het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden werd afgewezen omdat zijn inkomen hoger was dan de bijstandsnorm gedurende de referteperiode van 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag.
Appellant voerde aan dat hij recht had op de toeslag omdat hij deze in voorgaande jaren ook had ontvangen en dat bij de inkomensvaststelling rekening moest worden gehouden met zijn kosten van levensonderhoud, zoals waterschapsheffingen en gemeentelijke belastingen. De Raad oordeelde dat een individuele inkomenstoeslag elk jaar opnieuw moet worden aangevraagd en dat telkens aan de voorwaarden van artikel 36 van Pro de Participatiewet en de gemeentelijke verordening moet worden voldaan.
Verder is volgens vaste rechtspraak bij de inkomensvaststelling geen ruimte om bijzondere noodzakelijke bestaanskosten, zoals belastingen en heffingen, in mindering te brengen. De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor een langdurig laag inkomen en wees het hoger beroep af, waarmee de afwijzing van de aanvraag in stand bleef.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag in 2021 wordt bevestigd omdat appellant niet voldoet aan de voorwaarden voor langdurig laag inkomen.