ECLI:NL:CRVB:2024:2123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- S. Wijna
- E.W. Akkerman
- J.P. Loof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig zelfstandig werkend kok, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding in december 2019. Het UWV stelde vast dat hij beperkingen had, maar berekende zijn arbeidsongeschiktheid op 28,81%, later bij bezwaar op 34,08%, beide onder de 35% grens voor uitkering. De arbeidsdeskundige selecteerde vijf functies, waarvan drie meetelden voor de verdiencapaciteitsberekening en twee als reservefuncties werden aangemerkt.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de reservefuncties niet meegenomen hoeven te worden bij de berekening van de resterende verdiencapaciteit, conform de Wet WIA en het Schattingsbesluit. Appellant stelde dat alle vijf functies mee moesten tellen, wat de Raad niet volgde.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat het UWV terecht de WIA-uitkering weigerde. De Raad benadrukte dat de Wet WIA en het Schattingsbesluit het aanzeggen van reservefuncties toestaan zonder dat deze meetellen voor de berekening. Het hoger beroep werd verworpen, de weigering bleef in stand en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.