Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.De rechtbank heeft geconcludeerd dat appellant geen geslaagd beroep op een exceptieve toetsing van artikel 15 van Pro het Dagloonbesluit kan doen. Er is dus geen reden artikel 15 van Pro het Dagloonbesluit wegens kennelijke onredelijkheid of onevenredigheid buiten toepassing te laten wegens strijd met artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De omstandigheid dat de dagloonregels voor appellant nadelig uitpakken is volgens de rechtbank geen gevolg van het Dagloonbesluit dat in zijn toepassing onredelijk uitwerkt, maar een gevolg van de keuze die appellant heeft gemaakt voor de vergoeding van zijn overwerk. Appellant heeft ingestemd met de tijd-voor-tijd-regeling en niet gekozen voor uitbetaling van de overwerkuren. Daardoor is het loon, zij het door omstandigheden, buiten de referteperiode betaald en niet toegerekend aan aangiftetijdvakken in de referteperiode. Dit rechtvaardigt volgens de rechtbank de vaststelling dat het door het Uwv berekende dagloon niet in strijd is met het beginsel dat het dagloon een redelijke afspiegeling moet vormen van de welvaart in de periode voorafgaand aan de verzekerde gebeurtenis, in dit geval de arbeidsongeschiktheid van appellant. Verder is de omstandigheid dat de uitkering die aan appellant is toegekend een IVA-uitkering is waarop appellant (in beginsel) nog geruime tijd aanspraak maakt naar het oordeel van de rechtbank als zodanig niet een bijzondere omstandigheid op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat strikte toepassing van artikel 15 van Pro het Dagloonbesluit leidt tot een onevenredige uitkomst en buiten toepassing moet worden gelaten.