Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
Verzoek om schadevergoeding
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, met lichamelijke en cognitieve beperkingen, kreeg aanvankelijk een persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke ondersteuning toegekend, maar dit werd later omgezet in zorg in natura door het college. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze wijziging ongegrond en oordeelde dat zorg in natura passend was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zorg in natura niet passend was en dat hij een pgb wilde, onderbouwd met een brief van zijn psycholoog.
De Raad heeft het hoger beroep behandeld en is het eens met de rechtbank dat het college de maatwerkvoorziening terecht in natura verstrekte voor de periode van 1 juli 2019 tot 30 juni 2024. De Raad stelt vast dat er sprake is van rolvermenging die het pgb belemmert en dat de psycholoogbrief geen aanwijzingen bevat dat zorg in natura niet mogelijk is. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat reeds een vergoeding door de rechtbank is toegekend.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 december 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verstrekking van zorg in natura blijft gehandhaafd.