Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat van het college griffierecht wordt geheven ten bedrage van € 548,-.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, bekend met beginnende dementie en ouderdomsproblemen, vroeg verlenging van een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015. Het college wees de aanvraag af omdat betrokkene geen inkomensverklaring (IB60-formulier) overlegde, wat volgens het college medewerking aan het onderzoek ontbrak.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de Wmo 2015 geen inkomenstoets kent en dat het college de aanvraag niet op deze grond had mogen weigeren. Het college ging in hoger beroep en stelde dat de invoering van het abonnementstarief de toegankelijkheid van de Wmo onder druk zet en dat een inkomenstoets noodzakelijk is om eigen kracht te toetsen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de Wmo 2015 geen ruimte laat voor rekening houden met financiële draagkracht bij de eigen kracht. Het ontbreken van een inkomensverklaring mag niet leiden tot weigering van de maatwerkvoorziening. Het hoger beroep van het college wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt verworpen en de weigering van de maatwerkvoorziening wegens het ontbreken van een inkomensverklaring wordt onterecht geacht.