Appellante, een voormalige politieagent, werd op 23 oktober 2015 beoordeeld op arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde aanvankelijk een WGA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage onder 35%. Na bezwaar en deskundigenonderzoek werd een loongerelateerde WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 65,92%, maar zonder erkenning van duurzaamheid. Appellante stelde dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en recht had op een IVA-uitkering.
De Raad benoemde deskundigen en onderzocht de medische rapporten, waaronder die van psychiater Peterse en verzekeringsarts Van Heugten. Hoewel ernstige psychische klachten werden vastgesteld, concludeerde de Raad dat behandelmogelijkheden aanwezig zijn en dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. De Raad vernietigde eerdere besluiten die dit niet erkenden en verklaarde het beroep tegen het laatste besluit ongegrond.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, inclusief een bovenforfaitaire vergoeding wegens de hardnekkige houding van het UWV bij het betwisten van een nadere toelichting op beperkingen. De Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €4.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. Verzoeken tot een schadevergoeding wegens aantasting in de persoon werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.