ECLI:NL:CRVB:2024:565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van herzieningsverzoeken WAO-uitkeringen wegens onredelijke termijnoverschrijding
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van twee uitspraken betreffende de definitieve vaststelling van zijn WAO-uitkeringen over verschillende periodes. De eerste uitspraak dateert van 20 februari 2020 en de tweede van 24 februari 2022. Verzoeker betoogde dat de maatmanomvang en het maatmanloon onjuist waren berekend.
De Raad heeft beoordeeld of de verzoeken ontvankelijk zijn conform artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening mogelijk maakt op basis van nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoeker heeft echter geen nieuwe feiten (nova) gesteld en diende de verzoeken meer dan een jaar na de datum van openbaarmaking van de oorspronkelijke uitspraken in.
Op grond van vaste rechtspraak is een dergelijk laat ingediend verzoek onredelijk en dient het niet-ontvankelijk te worden verklaard. De Raad concludeert daarom dat de verzoeken niet-ontvankelijk zijn en komt niet toe aan inhoudelijke beoordeling. Tevens benadrukt de Raad dat herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak of de juistheid van eerdere uitspraken.
De Raad wijst de verzoeken om herziening af zonder toekenning van proceskosten en verklaart deze niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin op 20 maart 2024.
Uitkomst: De verzoeken om herziening van de WAO-uitkeringsuitspraken worden niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding zonder nieuwe feiten.