ECLI:NL:CRVB:2024:818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks nadelige gevolgen voor appellante
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en kreeg na het overlijden van haar oma een erfenis van € 20.908,-. Het college stelde vast dat haar vermogen de vermogensgrens overschreed en vorderde daarom € 14.794,75 aan kosten van bijstand terug. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de terugvordering onevenredig nadelige gevolgen had, omdat zij hierdoor haar opleiding niet kon financieren en haar levenssituatie verslechterde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van het college. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd beoordeeld of het college bij de terugvordering het evenredigheidsbeginsel had gerespecteerd. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot terugvordering en dat het doel van het besluit – zorgvuldige besteding van bijstandsmiddelen aan diegenen die het echt nodig hebben – gerechtvaardigd is.
De Raad stelde vast dat appellante de terugvordering volledig had voldaan en dat de nadelige gevolgen zoals het kwijtraken van haar woning het gevolg waren van haar eigen keuzes, niet van het besluit zelf. Het feit dat zij haar opleiding niet kon volgen is vervelend, maar vormt geen reden om het besluit onrechtmatig te achten. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de terugvordering bleef in stand.
Uitkomst: De terugvordering van kosten van bijstand blijft in stand omdat deze niet onevenredig nadelige gevolgen heeft.