Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- het beroep ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving meerdere jaren een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet langdurige zorg. Het zorgkantoor stelde het pgb vast op basis van uitbetalingen aan zorgverleners, maar na strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke fraude bij de thuiszorgaanbieder, trok het zorgkantoor de verlening van het pgb in en vorderde onverschuldigde betalingen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van het zorgkantoor ongegrond en vernietigde het besluit tot intrekking en terugvordering, omdat zij oordeelde dat de bescherming van de budgethouder te goeder trouw een onevenredige uitkomst bij lagere vaststelling en terugvordering moest voorkomen.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het zorgkantoor wel bevoegd was tot lagere vaststelling, intrekking en terugvordering van het pgb. De Raad verwijst naar eigen recente rechtspraak en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep van het zorgkantoor wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
De Raad ziet geen aanleiding om de overige door betrokkene aangevoerde gronden te bespreken en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 25 april 2024.
Uitkomst: Het beroep van het zorgkantoor wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van het pgb blijft in stand.