ECLI:NL:CRVB:2025:1041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag en onvoldoende medische gegevens
Appellante, geboren in 1971, vroeg in 2015 en opnieuw in 2022 een Wajong-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering vanwege het bestaan van arbeidsvermogen en de laattijdigheid van de aanvraag. De rechtbank vernietigde een eerder besluit en gaf het UWV opdracht een nieuwe beoordeling te doen volgens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW).
Het UWV handhaafde de weigering, gesteund door een rapport van een verzekeringsarts die stelde dat er onvoldoende objectieve medische gegevens zijn om beperkingen op en rond de zeventiende en achttiende verjaardag van appellante vast te stellen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat ondanks het bestaan van een ADHD-diagnose en psychische klachten, de ernst, aard en omvang van de beperkingen destijds niet kunnen worden vastgesteld vanwege het ontbreken van medische gegevens uit die periode. De Raad verwierp het standpunt van appellante dat het UWV een onderzoeksplicht had om beperkingen met een zekere mate van onzekerheid vast te stellen.
Daarmee is vastgesteld dat appellante niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt op haar zeventiende en achttiende verjaardag en de vijf jaren daarna, zodat zij geen aanspraak maakt op een Wajong-uitkering. Het hoger beroep is verworpen en de weigering van de uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische gegevens en laattijdige aanvraag.