ECLI:NL:CRVB:2025:1172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering terugkomen op eerdere afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Betrokkene heeft sinds 2007 meerdere keren een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die telkens door het UWV zijn afgewezen vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid en het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. Betrokkene voerde aan dat nieuwe medische rapporten uit 2020 en 2022 aantonen dat de eerdere beoordeling onjuist was.
De rechtbank had het bezwaar van betrokkene gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd, omdat zij oordeelde dat de nieuwe rapporten als nieuwe feiten konden worden aangemerkt. De Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel echter verworpen en geoordeeld dat de medische rapporten geen nieuwe feiten bevatten die aanleiding geven om terug te komen op de eerdere besluiten.
De Raad benadrukt dat de IQ-gegevens uit de rapporten betrekking hebben op een latere periode en niet op het moment van de oorspronkelijke beoordeling in 2007. Ook is vastgesteld dat de latere neurologische schade en psychische klachten niet relevant zijn voor de beoordeling van de situatie op het moment van de eerste aanvraag.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van betrokkene ongegrond en bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op de eerdere besluiten. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het UWV mag terecht weigeren terug te komen op eerdere afwijzing van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten.