ECLI:NL:CRVB:2021:1623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening Wajong-besluiten wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, geboren in 1989, diende meerdere Wajong-aanvragen in sinds 2007 na een ongeval met blijvende klachten. Het UWV wees deze aanvragen af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die eerdere besluiten onjuist maakten. In 2018 diende appellant opnieuw een aanvraag in met een beroep op toegenomen arbeidsongeschiktheid en een laag IQ.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had gesteld en de aanvraag niet tijdig was ingediend binnen vijf jaar na zijn achttiende verjaardag. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn zwakbegaafdheid en een IQ van 46 als nieuwe omstandigheden moesten worden beschouwd en verzocht om een onafhankelijke deskundige.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht het besluit nam op grond van artikel 4:6 Awb Pro en dat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangetoond. Het beroep op duuraansprakenjurisprudentie en het arrest Korošec faalde. Er was geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot herziening van de Wajong-besluiten wordt niet gehonoreerd.