ECLI:NL:CRVB:2025:1219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen wegens vermogen in onroerend goed in het buitenland
Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO), die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) is afgewezen vanwege het bezit van vermogen boven de vermogensgrens. Het vermogen betreft twaalf appartementen in Egypte, waarvan twee (appartement 4 en 11) aan appellant zijn toebedeeld volgens een akte van verdeling uit 2002.
Appellanten voerden aan dat zij niet over dit vermogen konden beschikken omdat de appartementen niet op hun naam staan en dat appartement 4 aan een stiefdochter is overgedragen en appartement 11 aan een broer is verkocht. De Raad oordeelt dat appellanten onvoldoende objectieve en verifieerbare gegevens hebben geleverd om deze stellingen te onderbouwen.
De Raad stelt vast dat appellant als erfgenaam aanspraak maakt op de appartementen 4 en 11 en dat hij redelijkerwijs over deze appartementen kan beschikken, ondanks dat de registratie nog niet op zijn naam staat. De gezamenlijke waarde van deze appartementen overschrijdt de vrij te laten vermogensgrens, waardoor de afwijzing van de AIO-aanvraag terecht is.
Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Appellanten krijgen geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 12 augustus 2025.
Uitkomst: De afwijzing van de AIO-aanvraag wordt bevestigd omdat appellanten redelijkerwijs kunnen beschikken over twee appartementen in Egypte die het toegestane vermogen overschrijden.