ECLI:NL:CRVB:2025:1292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.E.V. Lenos
- A. Hoogenboom
- J.P. Loof
- Rechtspraak.nl
Beëindiging nabestaandenuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid gegrond verklaard
Appellante ontving een nabestaandenuitkering op grond van de ANW vanwege het overlijden van haar echtgenoot en het hebben van een minderjarig kind. De uitkering werd voortgezet omdat zij ten minste 45% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op eerdere medische beoordelingen.
In 2022 bracht het UWV een nieuw advies uit waarin werd geconcludeerd dat appellante minder dan 45% arbeidsongeschikt was, mede omdat geen urenbeperking meer werd aangenomen. De Sociale Verzekeringsbank beëindigde daarop de uitkering. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar gezondheid niet was verbeterd en dat zij een herkeuring wenste. De verzekeringsarts bezwaar en beroep voerde een dossieronderzoek uit zonder fysiek onderzoek en handhaafde het oordeel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de geduide functies passend waren. Appellante stelde in hoger beroep dat nader onderzoek en overleg met de behandelend sector noodzakelijk waren, en dat het vervallen van de urenbeperking onvoldoende was onderbouwd.
De Raad volgt de rechtbank en oordeelt dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende onderbouwd is. Het niet fysiek onderzoeken door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is niet onzorgvuldig, en het vervallen van de urenbeperking is adequaat toegelicht. Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de nabestaandenuitkering blijft in stand.