ECLI:NL:CRVB:2025:1325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering Tozo-bijstand wegens ontbrekende inschrijving KvK
Appellant exploiteerde een eenmanszaak in de horeca en vroeg meerdere keren bijstand aan op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende de bijstand toe, maar trok deze later in en vorderde het teveel betaalde bedrag van €11.412,39 terug omdat appellant niet op de vereiste datum 17 maart 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel stond ingeschreven.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij op grond van het vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen op recht op bijstand, mede vanwege de vraagstelling op de aanvraagformulieren en eerdere toekenningen. De Raad oordeelde dat appellant niet gerechtvaardigd kon vertrouwen op een afwijking van de inschrijvingsvereiste, omdat de aanvraagformulieren duidelijk maakten dat tijdige inschrijving een voorwaarde was en appellant verklaarde de voorwaarden te hebben gelezen en begrepen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit van de rechtbank Rotterdam dat de intrekking en terugvordering in stand liet. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel slaagde eveneens niet. Appellant moet de teveel ontvangen bijstand terugbetalen en krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 september 2025.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de Tozo-bijstand worden bevestigd en appellant moet het teveel ontvangen bedrag terugbetalen.