ECLI:NL:CRVB:2025:1351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te hoog toegekend voorschot Wajong-uitkering september 2021
Appellante ontving een Wajong-uitkering en een Ziektewet-uitkering (ZW). Over september 2021 heeft het UWV een te hoog voorschot van € 1.190,81 toegekend, zonder rekening te houden met de ZW-uitkering. Dit is gecorrigeerd bij besluit van 6 oktober 2021, waarna € 863,25 bruto te veel werd teruggevorderd.
Appellante voerde aan dat sprake was van dringende redenen om (gedeeltelijk) af te zien van terugvordering, mede vanwege fouten van het UWV en haar kwetsbare positie. De rechtbank wees dit af en stelde dat het UWV tijdig handelde en dat de terugvordering niet onevenwichtig was.
De Raad volgde dit oordeel en verduidelijkte het begrip dringende reden als een open norm waarbij het UWV een belangenafweging moet maken die toetsbaar is aan algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Hoewel het UWV een fout maakte, was de terugvordering beperkt en snel hersteld. Appellante had voldoende tijd om de vordering netto terug te betalen maar koos bewust anders.
De Raad oordeelde dat de terugvordering niet onevenwichtig is en bevestigde het vonnis. Het verzoek om vergoeding van proceskosten werd afgewezen omdat het hoger beroep niet slaagde.
Uitkomst: De terugvordering van het te veel betaalde voorschot van € 863,25 bruto op de Wajong-uitkering over september 2021 is terecht en wordt bevestigd.