ECLI:NL:CRVB:2025:1362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering wegens motiveringsgebrek en onjuiste functietoetsing
Appellante heeft zich ziekgemeld met toegenomen klachten binnen vijf jaar na een eerdere weigering van een WIA-uitkering. Het UWV weigerde opnieuw een WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn, gebaseerd op de geschiktheid voor bepaalde functies waaronder medewerker bibliotheek.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond vanwege een motiveringsgebrek in het besluit over de Ziektewet-uitkering, maar handhaafde de weigering van de WIA-uitkering. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde aan dat de functie medewerker bibliotheek niet passend was vanwege overschrijding van haar belastbaarheid bij staan tijdens het werk.
De Raad oordeelt dat het UWV ten onrechte de functie medewerker bibliotheek heeft meegenomen in de beoordeling, omdat de belastbaarheid van appellante ten aanzien van staan tijdens het werk wordt overschreden. Hierdoor blijven onvoldoende functies over om de mate van arbeidsongeschiktheid te baseren. Het besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed. Tegen de nieuwe beslissing kan alleen beroep bij de Raad worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak.