ECLI:NL:CRVB:2025:1372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en weigering ZW-uitkering na verkeersongevallen bevestigd ondanks medische beperkingen
Appellante, werkzaam als begeleidster woongroep, meldde zich ziek na een verkeersongeval in 2017 en ontving een ZW-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 22 maart 2019 en weigerde een nieuwe uitkering per 13 september 2019, omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen in passende functies. Appellante betwistte dit en stelde dat zij volledig arbeidsongeschikt was vanwege fysieke en psychische beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig werd bevonden. De Centrale Raad van Beroep benoemde onafhankelijke deskundigen die concludeerden dat de beperkingen van appellante niet tot een volledige arbeidsongeschiktheid leidden en dat zij geschikt was voor de geselecteerde functies. De Raad verwierp de herziene conclusie van een urenbeperking per 13 september 2019 wegens onvoldoende onderbouwing.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht de ZW-uitkering beëindigde en weigerde, bevestigde de rechtbankuitspraak en wees het hoger beroep af. Tevens werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure, waarbij de Staat en het UWV ieder een deel van de vergoeding en proceskosten dragen.
Uitkomst: De beëindiging en weigering van de ZW-uitkering worden bevestigd; schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt toegekend.